Voor veel lezers is de eerste zin van een verhaal ook gelijk de laatste; voor veel schrijvers volgt er op hun debuut nimmer een vervolg.
In 2012 rondde ik mijn eerste roman – “Af” – af: een lijvig werk over misplaatst altruïsme, waarin elke zin de laatste wilde zijn. Twee jaar later schreef ik het meer toegankelijke “Een blok beton”, dat men als een liefdesverhaal met mystieke elementen zou kunnen omschrijven. Het voltooien van dit werk bevestigde dat ik mijn passie voor het schrijven nooit verliezen zou.

Die passie was niet uit de lucht komen vallen. Al op jonge leeftijd schreef ik graag gedichten en ben daar eigenlijk nooit mee gestopt, resulterende in diverse dichtbundels in verschillende vormen en maten.
Mijn verstandshuwelijk met het schrijven liep over in een passionele relatie door de keuze voor een nieuwe talenstudie: slavistiek (Rusland- en Oost-Europakunde) te Leuven. In het verlengde van die studie verhuisde ik eind 2014 naar Rusland, waar ik als leraar vreemde talen sindsdien mijn (met name Engelse) taalvaardigheden heb weten te perfectioneren. Deze baan heeft mij bovendien in staat gesteld de vinger op de pols van de Russische maatschappij te houden.
Tegen deze achtergrond voltooide ik in juli 2022 het autobiografische Rusland – zonder excuses, waarin op tragikomische wijze de lotgevallen van een westerling in de Russische Federatie worden beschreven; een werk waarvan de laatste regel alweer zinspeelt op een volgende aanhef, hopelijk tot waardering van de lezer.

Nog tijdens het schrijven van Rusland – zonder excuses brak de Russisch-Oekraïense oorlog in alle hevigheid los. Mijn dagelijkse leven was vervolgens onderhevig aan grote veranderingen, welke ik in mijn meest recente werk 202z heb beschreven. Het contrast tussen dit werk en Rusland – zonder excuses is een indicatie over de veranderende atmosfeer binnenin de toch al opmerkelijke biotoop “Rusland”.
Hoe dan ook, en waarover dan ook, is mijn laatste woord nog niet geschreven.